Brandweer Tholen oefent realistisch en volgens de Leidraad Oefenen welke is ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid.
In de praktijk zal het er op neer komen dat er in een jaar een 40 reguliere oefeningen in de groepen worden gehouden.
Verder zijn er nog specialistische oefeningen:
Oefenen
"Oefenen is de manier om kennis en vaardigheden op peil te houden en te verbeteren. Daarom is oefenen geen restactiviteit, maar moet het gezien worden als een kernactiviteit van de brandweer"
Na het volgen van een brandweeropleiding heeft iedere medewerker een basisniveau van kennis, beroepshouding en vaardigheden, kortom competenties, bereikt. Deze competenties moeten echter worden onderhouden en verdiept. Frequent oefenen is noodzakelijk om een goed functioneren van de brandweer te garanderen. Tijdens oefeningen leren brandweermedewerkers om de verworven competenties in teamverband toe te passen in de meest uiteenlopende en complexe situaties, eventueel samen met andere eenheden en/of disciplines.
Daarnaast bieden oefeningen de gelegenheid om op structurele wijze naar het eigen functioneren te kijken. Constant werken aan een verdere professionalisering van een (individueel) brandweeroptreden vraagt meer dan alleen praktijkervaring. In oefensituaties kunnen brandweermedewerkers werken aan het optimaliseren van gebruikelijke en van nieuwe werkwijzen. Oefenen helpt om de samenwerking tussen en de coördinatie met andere hulpverlenende diensten te optimaliseren.
De brandweer treedt bijna altijd op in combinatie met andere hulpverleningsdiensten, zoals de politie en de ambulancezorg. Naarmate een incident groter wordt, zijn er meer organisaties betrokken bij de bestrijding hiervan. De brandweer moet zich dus niet alleen richten op haar eigen taken, maar moet ook gericht zijn op samenwerking met de andere diensten. Hoewel de elementaire en basisoefeningen in deze Leidraad een mono-disciplinair karakter hebben, wordt voortdurend toegewerkt naar eindoefeningen die soms multidisciplinair zijn en slotoefeningen die altijd multidisciplinair van aard zijn. Tot slot is oefenen ook een beleidsinstrument om de kwaliteit van de repressieve brandweerorganisatie inzichtelijk te maken. Hierbij wordt gekeken naar de effectiviteit van én de veiligheid bij het repressief optreden van de brandweer.
De brandweer Tholen oefent volgens de Leidraad oefenen.
Het oefenen volgens de huidige en nieuwe Leidraad Oefenen is gebaseerd op een aantal uitgangspunten.
Oefenen beslaat een aantal fasen:
Het oefenen beslaat een aantal opeenvolgende fasen. Oefenen begint met een fase waarin de elementaire vaardigheden die nodig zijn voor een brandweerfunctie worden geoefend. Deze elementaire vaardigheden worden vervolgens toegepast in een (realistische of praktische) basisoefening met de eigen ploeg en daarna in een groter verband eventueel multidisciplinair en onder tijdsdruk.
Het oefenen is gedifferentieerd naar functie
Voor de manschappen ligt het accent bij het oefenen vooral op motorische vaardigheden. Dit geldt voor zowel hun basistaken als hun specialistische taken. Bevelvoerders en officieren van dienst oefenen vooral leidinggevende en besluitvormende vaardigheden. Communicatieve vaardigheden en veiligheidsbewustzijn worden op alle niveaus en in onderlinge samenhang beoefend.
Er wordt uitgegaan van een oefencyclus van een jaar. Het is belangrijk om bij het plannen de frequentie van uitvoering van de verschillende oefenkaarten op een rij te hebben; deze bepaalt namelijk mede de planning.
Oefenblokken
Bij de planning wordt uitgegaan van drie blokken per oefencyclus:
brandbestrijding
technische hulpverlening
OGS
Het thema van het gekozen blok loopt als een rode draad door het oefenblok heen.
Soorten oefeningen
De oefensystematiek uit deze Leidraad Oefenen gaat uit van een indeling in vier soorten oefeningen, in omvang van klein naar groot:
elementaire oefeningen
Het individueel of in kleine groepen oefenen van met name motorische vaardigheden door manschappen.
basisoefeningen
Het realistisch oefenen van een inzet door een ploeg met bevelvoerder, met één tankautospuit en eventueel een redvoertuig, gericht op samenwerking binnen de ploeg en het leidinggeven door de bevelvoerder.
eindoefeningen
Het realistisch oefenen van inzetten op middelbrand of -ongeval met minimaal twee tankautospuiten, gericht op communicatie tussen de bevelvoerders onderling en met de OVD, leidinggeven van de OVD en eventueel samenwerking met andere diensten.
slotoefeningen
Het realistisch oefenen van pelotonsinzetten, vaak gericht op grootschalig optreden en multidisciplinaire samenwerking